Bezoek

Dit is weer eens een goed moment om een blog te schrijven. Ik ben namelijk benieuwd hoe ik over een jaar of langer op deze tijd terugkijk. Net als ik nu nog af en toe teruglees hoe ik me voelde tijdens 9/11, ruim 18 jaar geleden. Veel van de bange vermoedens die ik toen had over de toekomst van de wereld, zijn uitgekomen.

En nu zijn we weer in een thriller terechtgekomen. We hebben ongewenst bezoek… van corona. Niet in huis gelukkig, maar wel in Maasbree, in Nederland, in de wereld. Ongelooflijk. Onwerkelijk. Bizar. Straten uitgestorven, scholen dicht, schappen in de supermarkt (de eerste paar weken) leeg, bibliotheken en musea dicht, kappers gesloten en horeca dicht. Terwijl normaal in deze tijd de terrassen vol zitten, blijven ze nu mensloos. Op één plek is het drukker dan normaal, namelijk in de ziekenhuizen. Hoewel, er liggen veel patiënten maar die mogen allemaal geen bezoek ontvangen. Ook mensen in verpleeghuizen en in instellingen voor gehandicaptenzorg mogen geen bezoek ontvangen. Wat moet dit hartverscheurend zijn voor deze mensen maar vooral ook voor hun naasten.

Het begon met een persconferentie van Mark Rutte waarin werd gevraagd geen handen meer te schudden, in de elleboog te hoesten en vaker de handen te wassen. En wat doen verstandige mensen dan? Juist, wc-papier hamsteren. Als ik na mijn werk naar de supermarkt ging, was er geen rol meer te vinden. Verder was het telkens improviseren wat voor vlees er die avond het menu zou staan, want ook de diepvriezen moesten blijkbaar tot de nok gevuld worden. Toen de mensen er de schijt van kregen dat hun diepvriezen en voorraadkasten uitpuilden, werd het hamsteren snel minder.

Inmiddels zijn de maatregelen flink opgeschroefd. Mensen moeten op 1,5 m afstand van elkaar blijven. Uitvaarten alleen in besloten kring, geen bruiloften, geen verjaardagsfeestjes, niet naar het koor, niet sporten, niet ‘lijfelijk’ vergaderen, niet op vakantie, niet uit eten, niet meer dan drie mensen op bezoek, niet naar de kroeg en niet naar de kapper.

Het is een rare wereld, maar ik kijk er al niet meer van op dat mensen ver uit elkaar staan als ze op straat met elkaar staan te praten. Ik kijk er niet meer van op dat er overal strepen op de vloeren staan om de afstand aan te geven. Ik kijk er niet meer van op dat in alle winkels desinfectiemiddelen staan om je handen te ontsmetten. Ik kijk er niet meer van op dat er plastic schermen bij de kassa’s hangen. Ik kijk er niet meer van op dat bij de supermarkt een medewerker bij de ingang staat om winkelkarretjes te ontsmetten. Ik kijk er niet meer van op dat mensen buiten in de rij staan omdat er niet meer klanten binnen mogen. Ik kijk er niet meer van op dat ik verplicht een karretje, mandje of schoenlepel mee moet nemen om een winkel in te mogen. Ik kijk er niet meer van op dat talkshows zonder publiek zijn (wat mij betreft mag dat ook zo blijven). Ik kijk er niet meer van op dat mensen elkaar geen hand geven. Ik kijk wel nog op van mensen met een mondkapje op straat of in een winkel. Ik heb er afgelopen weken drie gezien. En ik kijk op van een vliegtuig in de lucht.

Alle evenementen en festivals zijn afgelast. De Olympische Spelen, Koningsdag, De Passion, het OLS, het songfestival, Pinkpop, noem maar op. Corona heeft zelfs GTST en Soldaat van Oranje het zwijgen opgelegd. Ook onze dorpsquiz ging niet door. Een jaar lang hebben we met 17 mensen toegewerkt naar de eerste editie op 11 april. Maar wat hebben we er een mooie quarantaineversie voor in de plaats kunnen organiseren. En volgend jaar op 3 april gaan we er weer helemaal voor!

IMG_20200404_123256

In het voor-coronaas tijdperk was ik af en toe blij dat ik een avond thuis was. Nu zit ik elke avond met schraalgewassen handen legpuzzels te maken. We maken er maar het beste van. Gelukkig mogen we wel nog naar buiten bijvoorbeeld voor een wandeling in de natuur. We kunnen boodschappen doen wanneer we willen en veel winkels zijn open. Boodschappen doen gaat veel sneller, omdat je niet in de winkel gezellig met iemand kunt gaan staan kletsen. Winkelen doen we ook efficiënter, want het is toch minder leuk als je in de pauze op een stoepje moet zitten met in de ene hand een bekertje koffie en in de andere hand een donut in een servetje. Uit eten doen we thuis. We bestellen in een restaurant een maaltijd en laten het ons thuis aan de eettafel, opgeleukt met kaarslicht en een vaasje bloemen, goed smaken.

Overdag kan ik gewoon blijven werken. Thuis. Dat is niet zo leuk als op het werk werken, maar gelukkig hebben we Skype, Zoom, Teams, Duo en WhatsApp om te videobellen en om cursussen en webinars te volgen. Na een wekenlange zingstilte (waar mijn gezinsleden overigens niet om getreurd hebben), gaan we de koorrepetities al Zoomend weer oppakken.

Na de meivakantie mogen de kinderen van de basisschool weer naar school. Op 1,5 m van de juf of meester. Ik ben zó benieuwd hoe dat in de praktijk gaat en of hierdoor de verspreiding niet weer toeneemt.

Hoe gaat het verder?

Is dit het begin van een grote ommekeer?

Hoe kijken we over een jaar terug op deze tijd?

Geven mensen elkaar over een jaar nog steeds geen knuffel? Gaan we nooit meer handen schudden? Zal ik zo vaak mijn handen blijven wassen? Horen we nooit meer ouders tegen hun hoestende kinderen zeggen: “handje voor de mond”. Zeggen ze dan: “mondje in de elleboog”? Gaan we mondkapjes dragen in het openbaar vervoer? Gaan we minder op vakantie? Blijven we meer thuis werken?

Wat mij betreft mag het bezoek weer vertrekken. Hij of zij heeft veel ellende gebracht. Mensen die doodziek zijn (geweest) en zijn overleden. Bedrijven die failliet zijn gegaan en mensen die hun baan kwijt zijn geraakt.

Toch heeft co (hij/zij is al zo lang hier dat ik hem/haar bij de voornaam mag noemen) ook goede dingen gebracht, hopelijk van blijvende aard. Mensen kijken meer naar elkaar om en hebben meer tijd voor elkaar. We genieten meer van de kleine dingen. We hebben een minder jachtig leven. Gezinnen zijn meer samen. De CO2- en stikstof-uitstoot is sterk verminderd. In India zien ze de toppen van de Himalaya weer. Hoe mooi is dat?

En ik kan mijn haar in de mond doen.

Zoek de verschillen

Vandaag wederom een artikel in de krant over BiblioNu Horst. Er wordt opvallend weinig (lees: niet) gepraat over hoeveel (lees: hoe weinig) subsidie de gemeente Horst aan de Maas over heeft voor de bibliotheek. Hoe zat het ook alweer? De gemiddelde subsidie per inwoner in Nederland is €21,70 per jaar. Horst aan de Maas betaalt €12,58 per inwoner. Daarmee behoort onze bibliotheek tot de 10 slechtst gesubsidieerde bibliotheken van Nederland. En of dat nog niet erg genoeg is… omdat we gedwongen zijn te verhuizen, trekt de gemeente hier nog eens €75.000 vanaf.

WhatsApp Image 2019-06-04 at 07.10.01

Als buitenstaanders een dergelijk artikel in de krant lezen, denken ze misschien: en terecht, want een bibliotheek is niet meer van deze tijd. Waarom moet daar nog zoveel geld in gestoken worden? Deze mensen zijn wellicht nooit in de bibliotheek geweest en hebben totaal geen idee wat daar allemaal gebeurt. Dat ga ik nu niet uitleggen, dat doe ik wel een andere keer.

Ik vraag me wederom af: waarom? Waarom wordt de bibliotheek kapot bezuinigd? Wat zit hier achter? Uit verschillende bronnen heb ik vernomen dat het niet zo is dat de gemeente te weinig geld heeft. Los van de kosten van het Gasthoês, die blijven stijgen, en andere hoogdravende projecten, gaan ze bijvoorbeeld €341.500 per jaar uitgeven aan bloembollen en groen. Waarom krijgt de bibliotheek dan niet gewoon de subsidie die ze nodig heeft? We vragen niet eens het landelijk gemiddelde, maar iets meer dan iets meer dan de helft. Waarom moeten wij straks noodgedwongen met vrijwilligers gaan werken, omdat er niet meer genoeg geld is om het personeel te betalen? Waarom moeten wij onze contributie verhogen? Waarom moeten we minder boeken aanschaffen?

Waarom?

Waarom?

Waarom?

Daarom dacht ik, laten we de rollen eens omdraaien. Het persbericht is al klaar.

19-06-04 biblionu krant

Inbraak

Vier keer heb ik in mijn leven een inbraak meegemaakt. Het heeft flink wat impact en maakt je boos en bang.

De eerste keer was toen ik nog bij mijn ouders woonde. We lagen in bed en een oom logeerde bij ons. We lagen ’s nachts vanuit onze bedden nog wat met elkaar te kletsen en op een gegeven moment zei mijn oom tegen mijn ouders dat hij beneden geluiden hoorde. Mijn moeder stelde hem gerust. “Het is de wind, want het bovenlicht in de keuken staat open.” De volgende ochtend bleek dat via dit geopende bovenlicht het hele keukenraam geopend was. Alles was overhoop gehaald. Maar ze hadden niks naar hun gading kunnen vinden. Mijn vader was woest. Breken ze in en dan heb je dus niks in huis dat ze willen meenemen. Ik ben de rest van mijn leven bang geweest in dat huis, ook al was het bovenlicht ’s nachts nooit meer open.

De tweede keer hadden de inbrekers meer geluk. Mijn man en ik kwamen thuis van een bruiloft en kregen de voordeur niet open. Raar. Dan maar achterom. Daar konden we heel makkelijk naar binnen. De achterdeur, de tuindeuren en het slaapkamerraam stonden wijd open. Deze keer hadden ze niet veel rommel gemaakt, maar wel veel buit. De tv, de videorecorder (mét de opname van Goede Tijden!!!), het fototoestel, de videocamera, geld, juwelen, een dekbedovertrek (om spullen in te vervoeren), mijn tas van het werk, … Ik was helemaal hysterisch en reageerde nogal heftig. Door al die biertjes wellicht ietsiepietsie heftiger dan ik normaal gedaan zou hebben. Ik vond ook alles vies, vooral omdat ze aan ons beddengoed hadden gezeten. Ze hadden blijkbaar ons slaapkamerraam (ja, op de benedenverdieping) opengebroken en op hun gemak via de tuin van de achterburen ons hele huis leeggeroofd. Mijn ‘juwelen’ en oude munten zijn later teruggevonden in Tüddern. Ik kan me voorstellen dat ze die prullaria niet wilden. We zijn nog weken bang geweest, tot we rolluiken hebben laten plaatsen.

De derde inbraak was op vakantie op Lanzarote. Op camerabeelden is precies te zien hoe ze te werk zijn gegaan. Het is een saaie film. Ze hebben vooral veel gewacht en op de uitkijk gestaan. Daarna is er eentje ons balkon opgeklommen en via de (open!) tuindeuren naar binnen gestapt. Hij heeft geld en papieren meegenomen. Gelukkig hebben we de papieren teruggevonden en het geld teruggekregen van de verzekering. Mijn angst was minder dan de andere inbraken. Wel hebben we de rest van de vakantie een kast tegen de voordeur gezet als we gingen slapen. O ja, en de tuindeuren op slot gedaan en de waardevolle spullen verstopt.

Vorige week weer een inbraak. Ik stond op het punt te gaan werken. Mijn boterhamtrommel (tegenwoordig lunchbox genoemd, maar over verengelsing schrijf ik wel een andere keer) lag op tafel met daarop de telefoon. Ik ging nog even naar boven de was pakken en in die korte tijd moet het gebeurd zijn. Weg telefoon. Paniek. Ook de laptop was weg. Paniek. De deur van het tuinhuisje stond open. Paniek. Daar stond wel alles nog in. Wie wil er ook een oude grasmaaier, bloempotten of een olms skateboard? Ik stoof naar boven om mijn dochter te halen. Ook mijn autosleutel bleek weg en die van haar ook! Paniek. Paniek. Gelukkig stonden de auto’s er wel nog. Toen ik op het punt stond de politie te bellen, volgde een verrassende ontknoping. Het eerste wat ik terugvond was mijn telefoon. Mijn dochter belde hem en ik hoorde een vaag getril uit een kast komen. Ik had hem per ongeluk tegelijk met een schriftje in de kast gelegd, voordat ik de was ging halen. Mijn autosleutel vond ik onder mijn tas die ik in paniek op het aanrecht had gegooid. Die van mijn dochter zat in haar jaszak. Het tuinhuisje was open gewaaid. En de laptop stond bij de bank, want mijn zoon had hem ’s avonds gebruikt. Ik heb nog een uur op het werk nagetrild. Het heeft een flinke impact hoor, zo’n inbraak. Ook als deze niet heeft plaatsgevonden.

Venus vs Mars

Gemiddelde doordeweekse dag van een:

Vrouw Man
Opstaan Opstaan
Gordijnen openmaken Broodtrommel pakken
Tafel dekken
Eten met de kinderen
Boterhammen smeren
Tafel afruimen
Vaatwasser uitruimen
Vaatwasser inruimen
Zitkamer opruimen
Was aanzetten
Prullenbak leegmaken
Werken Werken
Was in de droger
Handbalwas aanzetten
Boodschappen doen
Koken
Tafel dekken
Handbalwas ophangen
Eten Eten
Tafel afruimen Boterhammen smeren
Kookplaat en keukenblad schoonmaken TV kijken
Vogelkooi schoonmaken
Strijken
Bedden verschonen
Vrijwilligerswerk
TV kijken
Handbalwas opvouwen
Naar bed Naar bed

Ge(peper)noten

Wat heb ik weer genoten van de intocht van Sinterklaas in ons dorp afgelopen week. Sinds een paar jaar mag ik daar als Zwarte Piet aan meewerken. Vroeg in de morgen vertrekken we met 16 ‘gewone’ personen naar een zolderkamer waar we onder handen worden genomen door het schmink- en het kleedteam. Pruik op, muts op en klaar is Piet! Als 16 onherkenbare Zwarte Pieten komen we weer terug in ons dorp. We zijn zelfs onherkenbaar voor mensen die ons goed kennen. Eerst gaan we in groepjes van 2-3 op huisbezoek. De kinderen zitten ofwel nietsvermoedend in de kamer of zijn van tevoren ingelicht en hangen al buiten om ons op te wachten. Voor de kinderen (en ouders plus de rest van het aanwezige bezoek als oma’s, opa’s, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, buren, vrienden en vage kennissen die allemaal toevallig even langskwamen) is het één groot feest. We luisteren naar ze, kijken naar hun knutselwerkjes en doen samen dansjes. We schuiven aan aan een gedekte tafel en eten ‘pepernotensoep’. We bekijken hun slaapkamers die er erg netjes uitzien in vergelijking met de holen bij ons thuis. We proppen hun handjes (en hun schoenen en je wil niet weten wat in huis allemaal) vol met pepernoten. Af en toe maken we er een zooitje van, zoals alleen Zwarte Piet dat mag. Het is mooi dat we mensen die een moeilijke tijd hebben, even alle zorgen kunnen laten vergeten en voor hun kinderen wat vrolijkheid mogen brengen. Het beetje tijd dat we over hebben in onze strakke planning, gebruiken we voor een bliksembezoek aan een woning met zorgappartementen voor ouderen en een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Daar woont ons buurmeisje. Zoals verwacht herkent ze me weer niet en laat ze ons, net als vorig jaar, spontaan haar kamer zien. Vrolijk vertrekken we om even een hapje te eten. Alle kinderen die we onderweg tegenkomen, krijgen van ons een high five en een handvol pepernoten. Na het eten kunnen we het dak op! Met Sinterklaas! Onder een stralend novemberzonnetje staan we dansjes te doen, te zwaaien en heten we alle kinderen en grote mensen welkom. Van 14 tot 16 uur is er Pietendisco. Klotsend van het zweet dansen en springen we in het rond. Alle kinderen genieten: zwart, bruin, geel, rood, blank, Syrisch, Chinees, Nederlands, Congolees, Pools, gezond, ziek, verstandelijk beperkt, katholiek, protestant, islamitisch, joods, geloofloos, … ALLE kinderen. Een moeder komt vragen of ik een videoboodschap wil inspreken voor haar zoontje dat ziek thuis is. Na afloop gaat Zwarte Piet nog even langs bij de zieke om hem persoonlijk beterschap te wensen. Op weg naar de auto zie ik kinderen op een schommel zitten. Ik vraag of ik er ook op mag, maar dat mag niet. Ik vraag waarom niet. Even denk ik dat ze zeggen: “Je bent te zwart”. Gelukkig zeggen ze: “Je bent te zwaar”. Dat mogen ze natuurlijk wel gewoon zeggen, als er maar niks over de huidskleur wordt gezegd, want dat is racisme. Ik loop door en spring snel de auto in, naar huis, douchen en met zwartomrande ogen en half zwarte oren terug om de kleding in te leveren. De mensen van de organisatie zorgen ervoor dat die weer op de plaats van bestemming komt. Om 18 uur mogen we aanschuiven voor een buffet. Gezellig nog even nakletsen met zijn allen en vervolgens moe maar voldaan naar huis. Volgend jaar weer? Zeker weten.

Hopelijk gooien de Zielepieten geen ROET in het eten. Zielepieten houden demonstraties en maken ons en alle mensen die van Zwarte Piet houden, uit voor racisten. Ik heb even opgezocht wat racisme precies betekent:
Mensen met racisme hebben een ongegronde en onberedeneerde hekel aan mensen van een ander ras. In het ergste geval slaat ‘een hekel hebben aan’ door tot haat zaaien, discriminatie en het gebruik van geweld.
Of: racisme betekent dat leden van een bepaald ras zich inherent superieur achten aan leden van een ander ras.
Nou Zielepieten, wij zijn het tegenovergestelde van racisten. We zijn voor ALLE kinderen en maken geen onderscheid in rassen. We hebben alleen een hekel aan Zielepieten. Maar dat is geen ongegronde en onberedeneerde hekel en heeft al helemaal niks met huidskleur of ras te maken. Nee die hekel komt doordat de Zielepieten dit geweldige kinderfeest kapot willen maken.

Natuurlijk is het erg als kinderen en volwassenen gepest worden. Als ze worden uitgescholden voor varken, walrus, schele, giraf, zeilboot, kanker-vanallesennogwat, vuurtoren, konijn, jampot, homo, plank, kutmarokkaan, lilliputter, stoplicht, hoer, NSB-er, varken, spleetoog, nazi, Turk, jood, mongool, paard, Limbo, Zwarte Piet, etc. De oplossing is rustig te blijven, pesters te vermijden en het te bespreken met mensen die je kunnen helpen. Maar als je ertegenin gaat, wordt het alleen maar erger. En dat is precies wat met Zwarte Piet gebeurt.

Titels

Kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks heeft een sympathiek idee. Hij vindt dat mbo’ers een titel moeten krijgen, zoals Skilled (Sk), Craftsman (Crf) en Expert (Exp), afhankelijk van hun opleidingsniveau. Als dit wordt ingevoerd, zou het verder doorgetrokken kunnen worden. Ik wil hiervoor de volgende titels voorstellen, uiteraard in het Engels in verband met de internationale erkenning:

Kinderen met een strikdiploma krijgen de titel LTS (Lace Tie Specialist).

Kinderen met zwemdiploma A, B en C, krijgen respectievelijk de titel NS (Novice Swimmer), MS (Medium Swimmer) en SM (Swim Master).

Bij het verlaten van de basisschool krijgen ze de titel p.a. (Pre Adolescent).

Uiteraard horen bij de diploma’s van VMBO, HAVO en VWO ook titels, respectievelijk PTA (Practically Trained Adolescent), Bas (Becomes a Student) en PDF (Parents Dream Fulfilled).

Ik vergeet bijna nog de kinderen die zindelijk zijn geworden. Die krijgen de titel TU (Toilet User).

Mocht ik ooit kamerlid worden dan wil ik ook zo sympathiek zijn, net als Zihni. Ik heb mijn eerste voorstel, een titel voor iedereen, al klaarliggen om in te dienen. Ik zou me absoluut niet bezighouden met de echte problemen in Nederland, zoals het vertrouwen in de politiek, discriminatie, veiligheid, onderwijs, zorg, werkdruk, immigranten, armoede, fraude, huizenmarkt, toename van psychische problemen, terrorisme, eenzaamheid, integratie, laaggeletterdheid, milieu, criminaliteit en de waardering van het mbo.

Met vriendelijke groet,

TU LTS SM p.a. PDF B Exp. Liset Janssen

Mien straot

huisadh2
Mijmeringen over vroeger n.a.v. een oproep van Bibliotheek Peel en Maas om een verhaal te schrijven over je eigen straat. Het wordt voorgelezen bij de dagvoorzieningen tijdens de voorleeslunch.

1966. De tijd dat internet nog niet bestond, we twee tv-zenders hadden in zwart/wit, de kosten van de boodschappen in een boekje werden geschreven en we handgeschreven brieven kregen met de post. Ik was 1 jaar en we verhuisden met ons gezin van de Spilstraat naar Achter de Hoven 2 (later 2a) in Maasbree. Het huis staat er nog en de boom die mijn vader heeft geplant is inmiddels een overlastgevende kolos geworden. Het huis was van ‘ons’ tot het 3 jaar geleden werd verkocht aan een jong stel. Ik kom er nog geregeld langs. Ze hebben het prachtig gemoderniseerd, maar mijn herinneringen aan het huis, de straat en de buurt koester ik in mijn hart.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Achter ons, in de Dorpstraat, woonden omi en opi. Opi was koster in Maasbree. In zijn vrije tijd was hij hypnotiseur en goochelaar. Via onze tuin, langs de grote notenboom, door de schuur konden we zo bij hun de keuken binnenstappen. De schuur is afgebrand toen ik een jaar of 10 was. Ik zie het nóg voor me. De vlammenzee, de paniek om de spullen en vooral om de konijnen. Gelukkig zijn de konijnen gered. De spullen niet, inclusief een caravan van mijn oom en tante. Wég was onze speelschuur waar we hutten bouwden en waar mijn vader kippen en konijnen slachtte en prei klaarmaakte in het ‘preihok’. De konijnen overleefden het vuur, maar ontkwamen uiteindelijk niet aan hun lot. Als ze genoeg waren vetgemest, sloeg mijn vader ze met zijn ijzersterke handen achter hun oren en als ze dood waren (hoop ik), hing hij ze op aan hun poezelige pootjes en deed ze ‘de jas’ uit. We moesten altijd opletten dat we niet tegen zo’n kadaver aanbotsten. Er kwamen steeds vanzelf weer nieuwe jonge konijntjes voor mij om mee te spelen.

Tegenover ons was een groot korenveld. Ondanks mijn hooikoorts gingen we er vaak in spelen. Die rode, dikke, betraande ogen had ik er graag voor over. Waar nu parkeerplaats van de sporthal is, was vroeger de tuin van Van de Loo. Daarlangs liep een zandweggetje, dat overging in een hobbelig paadje tussen van Oyen en het huis van de Loo en zo kwam je in de Dorpstraat. Verderop had Achter de Hoven een wegversmalling, daar stonden nog bijna geen huizen. Ook noordwaarts, op de Heideweg, achter Mina van Henkes hield de wereld op.

We speelden altijd buiten. Op straat. Met de buurtkinderen. Potje stamp, stoeprandje, touwtje springen, elastieken, hinkelen met zo’n rond plat redband- of niveablikje gevuld met zand, tikkertje en sneeuwballengevechten. Heel sporadisch kwam er een auto voorbij. We hoefden niet te bellen of te appen om iets af te spreken. We liepen gewoon, al schuumke trekkend met een flesje sôkkerpeak in de hand, naar buiten en kwamen vanzelf wel iemand tegen. Iedereen mocht meedoen. Als het slecht weer was speelde ik met vriendinnetjes in de schuur of in onze kelder.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Hoewel, veilig was het niet altijd… Mijn vriendinnetje en ik hebben een keer iets heel gevaarlijks gedaan. Zij hadden thuis een snoepwinkeltje, Manders Driek, met lekkere schuimblokken (die wij joedevet noemden), eetpapier, zwart/wit (dat wij peper noemden) en van die lekkere rechthoekige blokken die van binnen zacht wit waren en aan de buitenkant omhuld met chocola. Geen idee hoe die dingen heetten. Het is ook totaal niet belangrijk voor dit verhaal. Hemelsbreed woonde ze 200 m van ons vandaan, naast de kerk. We hadden het plan om een communicatiekanaal tussen onze huizen te maken. Daarvoor hadden we een heel lang touw gespannen tussen ons slaapkamerraam Achter de Hoven naar dat van haar in de Dorpstraat. Aan de uiteinden van het touw hadden we een conservenblik vastgemaakt. Je weet wel, gaatje in het blik slaan, touw erdoor, knoop erin en klaar. Zo konden we dan vanuit onze slaapkamers met elkaar praten via onze bliktelefoon. We hadden de constructie bijna klaar toen mijn vader woedend naar boven kwam. Het touw hing op nekhoogte over het zojuist beschreven zandweggetje. Als daar iemand had gefietst was die met zijn nek achter het touw blijven hangen. En dan… Oeps. Dat is de reden dat er tegenwoordig mobieltjes zijn. Die zijn uitgevonden voor de veiligheid van fietsers.

Mijn vader was tuinder en had een stuk land naast het kerkhof. Ik heb goede herinneringen aan Paps en ik, samen op het veld ploeterend en af en toe even pauze om met zandhanden boterhammen te eten. In de struiken voor het kerkhof woonden Pimmie en Renate, 2 kabouters. Mijn vader kon daar prachtig over vertellen. Ik denk dat hun kleinkinderen daar nog steeds wonen. Later is het stuk grond van mijn vader bij het kerkhof getrokken en mijn ouders zijn in 2017 uitgestrooid ergens op mijn vaders vroegere stukje land.

Op de hoek naast ons was de smidse van de familie Simons. En daarachter was bakkerij Trepels. Het ambacht vierde hoogtij.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Schuin achter ons was de kerk, één van de weinige gebouwen in Maasbree die er nog net zo uitzien als in 1966. In de galmgaten zaten altijd vogels. Mijn vader had er hobby aan om af en toe met de windbuks op die vogels te schieten. Op een dag heeft hij het lampje van de 9 kapot geschoten. Psssst, niet verder vertellen hoor. Geen idee of het waar was, maar het was altijd een mooi verhaal op verjaardagen.

Zoals zoveel dingen in Maasbree moest de tuin van van de Loo verdwijnen. Op die plek kwam de parkeerplaats van het Trefcentrum. Dat was voor ons een fijne plek om te ballen, want op straat werd het langzaamaan steeds drukker. Tijdens een balspel heb ik een pees gescheurd in mijn linker ringvinger en sindsdien is die dus krom. Achter het Trefcentrum hebben we met de boomfeestdag met onze klas bomen mogen poten. Voordat die fatsoenlijk tot groei kwamen, moesten ze weer weg. Plaatsmaken voor nóg een parkeerplaats.

Zo werd ons huis steeds meer ingebouwd. Tuin, smidse en korenveld moesten in de loop van de jaren plaats maken voor nieuwbouw. Daarna kwam de hoogbouw en de winkels: De flats aan de Heermoesstraat en de Piet Petersstraat en de Clockenslagh. De garage van mijn vader moest weg, omdat er een straat achterlangs moest komen. Wat heeft hij zich vanaf die tijd tot aan zijn dood geërgerd aan die paeperkeuk van de gemeente. Schadevergoeding heeft hij nooit gekregen.

Als mensen die in ‘mijn vroeger’ zijn overleden nu terug zouden komen in mijn straatje, zouden ze hun ogen niet geloven.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld…

RIB met een P

Goed nieuws! De dividendbelasting kan worden afgeschaft. Ik heb een plan bedacht waarmee we veel geld kunnen besparen in Nederland. Ik kreeg dit idee omdat bij onze bibliotheek mogelijk professionele medewerkers vervangen gaan worden door vrijwilligers. Toen ik 13 jaar geleden de bibliotheek-opleiding ging doen, waren er veel mensen verbaasd. “Huh, is daar een opleiding voor dan?” En bijna dagelijks krijgen we de vraag van onwetenden of het betaald werk is wat we doen. Vanaf januari zou het zomaar kunnen dat we hier “nee” op moeten antwoorden. Gaan mijn loyale, hardwerkende collega’s, waarvan de meeste al 20, 30, 40 jaar of langer bij deze bibliotheek werken, en ik op weg naar het UWV?

Onze nieuwe directeur bestuurder heeft de afgelopen maanden 70 uur per week gewerkt en samen met ons een beleidsplan en reorganisatieplan opgezet, zodat de bibliotheek klaar zou zijn voor de toekomst. Het zou een spannende tijd worden voor mij en mijn collega’s, maar ik zag vooral ook kansen. Helaas worden deze goed uitgewerkte plannen door de gemeentes van tafel geveegd. Er is geen opleiding nodig om te leren dat wethouders de noodzaak van professionaliteit van bibliotheekwerk niet onderkennen. Dit komt denk ik doordat ze, net als zoveel mensen niet precies op de hoogte zijn van wat bibliotheekwerk inhoudt. Ik zou ze graag uitnodigen om eens te komen kijken wat wij precies doen en te komen praten met de medewerkers, want ze moeten hierover wel verregaande beslissingen nemen. Maar is het daar niet al te laat voor? Hadden ze dat niet moeten doen vóórdat ze onze plannen aan de kant schoven? Plannen die zijn opgesteld door mensen die er echt veel verstand van hebben. Het lijkt daarom net alsof eigenbelang belangrijker is dan een professionele bibliotheek waar de gemeenschap zoveel behoefte aan heeft in deze tijd. Het is niet makkelijk om de hand in eigen boezem te steken, daarom wordt die in de boezem van de bibliotheek gestoken. Dat we het afgelopen jaar hard gewerkt hebben om fouten recht te zetten en met een mooie organisatie de toekomst in hadden gekund, doet niet ter zake. Het is het goedkoopste om de bibliotheek letterlijk (want veel minder ruimte nodig) en figuurlijk (want met vrijwilligers) in afgeslankte vorm voort te zetten. Want een bibliotheek is niet meer dan een ruimte met boeken, toch? Zo kan de gemeente fijn een paar ton besparen. Óf andere plannen duurder laten uitvallen, plannen die beter zijn voor ego’s dan zoiets simpels als een bibliotheek.

Maar er kan veel meer bespaard worden. We beginnen met álle bibliotheken in Nederland. Alle 6500 medewerkers (waarvan 6000 parttimers) gaan we vervangen door vrijwilligers. Hoppa, 120 miljoen in the pocket.

Daarna zetten we deze trend door naar alle 178.000 gemeenteambtenaren. Gewoon vervangen door vrijwilligers. Zo moeilijk kan dat werk toch niet zijn. Je hoeft geen verstand van zaken te hebben, daar heb ik bewijzen genoeg voor. Toch mooi een besparing van 7 miljard euro. Kijk, zo komen we ergens.

En als we toch bezig zijn. Waarom niet alle 9 miljoen mensen in Nederland met een betaalde baan vervangen door vrijwilligers? Iedereen kan gewoon blijven werken, maar dan als vrijwilliger. Een besparing van 333 miljard.
Bedenk eens wat we allemaal met dat geld kunnen doen. Dan kunnen we die fooi van 2 miljard wel gunnen aan de multinationals toch?

Mam, daar ben je echt te oud voor!

Ik schrijf niet vaak fictieve verhalen. Dit stukje heb ik geschreven voor een schrijfwedstrijd van de Libelle. Helaas niet gewonnen. De opdracht was: schrijf een verhaal van maximaal 600 woorden en het moet beginnen met ‘Mam, daar ben je echt te oud voor”

“Mam, daar ben je echt te oud voor!” Vertwijfeld kijkt Nina haar moeder aan. “Je vel begint al te rimpelen, dat ziet toch niet uit? En wat zullen ze op je werk zeggen?” “Ze zien het niet eens. Hoe vaak heb ik nou een korte broek aan? En trouwens, waar bemoei jij je mee?” Woedend loopt Sophie de kamer uit en smijt de deur achter zich dicht. Bam! Ze start de auto en rijdt plank gas de straat uit. Onderweg slaat de twijfel toe. Heeft Nina misschien toch gelijk? Is ze met haar vijftig jaar te oud voor een tattoo? Nu kan ze nog omkeren en terug naar huis rijden. Was Elise er maar nooit over begonnen. Zij heeft er ook eentje, maar ze is wel negen jaar jonger. “Kom op Soof”, spreekt ze zichzelf toe. “Laat je niet door je puberdochter de wet voorschrijven. Het is jouw lichaam en daarmee mag je doen wat je wil. Punt.” Ze trapt het gaspedaal wat harder in, anders komt ze nog te laat door dat gedoe. Pling! Een appje van Nina. “Lieve mam, sorry dat ik je…” Sophie kijkt op van haar telefoon en ziet tot haar schrik dat ze op de verkeerde weghelft is geraakt. Ze geeft een ruk aan het stuur, waardoor ze de tegenligger net kan ontwijken, maar niet die dikke eik. Een schreeuw. Bam! En dan is alles donker…

Als Nina de politie aan de deur ziet, begint haar hart te kloppen in haar keel. Ze wordt duizelig en het zweet breekt haar uit. De agent vraagt of haar vader thuis is. “Ik heb geen vader meer”, zegt ze met trillende stem. “Ik woon hier alleen met mijn moeder.” Of ze even wil gaan zitten. “Nee, dat wil ik niet. Zeg maar wat er is. Ze is toch niet …? Ze is alles wat ik …” Ze slingert de woorden de kamer in. Met zachte dwang duwt de agent haar naar de bank en ze valt snikkend achterover in de zachte kussens. “Maaaaaam, neeee!” De agent begint met gedempte stem tegen haar te praten. Haar moeder is tegen een boom gereden en is in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. “Ze leeft nog!?” Nina vliegt van de bank af en rent de gang in om haar jas te pakken. “Ik wil nú naar haar toe!” De agent vraagt haar of ze iemand kan bellen om met haar mee te gaan. “Elise”, snikt ze. “Ik vraag haar wel of ze me wil oppikken, ze is de vriendin van mijn moeder.” Met trillende vingers belt ze Elise, maar er komt geen stom woord meer uit haar keel. De politie neemt haar toestel over en vertelt Elise wat er is gebeurd. “Nee, niet Soof! O, mijn God. Ik kom er meteen aan”. Twee tellen later staat haar auto voor de deur en springt Nina erin. De agenten kijken hun meewarig na.

Drie weken later wordt het weer licht… “Ze wordt wakker” hoort Sophie in de verte een bekende stem fluisteren. Ze wil praten maar dat gaat niet door de buis in haar keel. Het lukt haar wel om de ogen te openen. “Mam, oh mam, eindelijk, daar ben je weer. Het komt goed, nu weet ik dat alles goed komt.” Nina geeft haar een knuffel. Achter haar staat Elise met tranen in haar ogen.

Slingers. Een half jaar later. De revalidatie zit erop. De bloedingen in haar hoofd hebben geen blijvende schade aangericht. Al haar organen werken weer. Het lopen lukt inmiddels prima en onder op de prothese prijkt een hartje met de tekst: OMNIS ERRAT.

De platpletter

De vorige keer suggereerde het onvriendelijke mens dat ik me aanstelde. Ik moest de volgende keer maar paracetamol slikken voordat ik kwam. Nou karnali, u heeft me een gekneusde rib bezorgd waar ik wekenlang last van heb gehad. Daar helpt geen paracetamolletje tegen. Hopelijk gaat het er deze keer wat vriendelijker aan toe. Net zoals in het ziekenhuis, want daar hebben ze me jarenlang vriendelijk geplet en heb ik nog nooit een rib gekneusd. Dus ik besluit toch maar weer ‘in de bus’ te gaan. Zónder paracetamol. Als het er weer zo aan toe gaat, ga ik volgende keer mooi weer in het ziekenhuis. Want niet gaan is voor mij geen optie.

Komt u maar binnen mevrouw Janssen. Gaat u daar maar staan. Prima. Nog even een klein stapje naar rechts. Ja dat is goed. Nee, niet draaien, gewoon naar rechts stappen. Laat de armen maar langs uw lichaam hangen. Niet meehelpen, ik doe het wel. U hoeft alleen maar te blijven staan en te doen wat ik zeg. Ok, nu de andere kant. Nog een klein stapje naar links. Nu draait u weer. Dat moet u niet doen. Gewoon recht blijven staan. Nog een klein stapje naar links. Ja dat is goed. Doe uw hoofd maar iets naar achteren. Nee niet te ver. Wel uw billen naar achteren duwen. Ja, nog een beetje. Zo ja, zo is het goed. Gaat het nog? Ok, dan gaan we nu voor nummer drie. Draait u zich maar een beetje naar mij. Nee niet te ver, ietsje terugdraaien. Een stapje naar voren zetten. Billen weer naar achteren drukken. Hoofd een beetje achterover. Nee niet aankomen, ik doe het wel. Houdt u zich maar aan deze stang vast met uw rechterarm. Nu ga ik uw arm optillen. Nee, niks zelf doen. En laat uw schouders zakken. U moet zich beter ontspannen, anders moet het opnieuw. Billen weer naar achteren. U moet zich echt wat meer ontspannen mevrouw. Laat uw schouders maar zakken. Ja dat is het. Nu moet u even de adem inhouden. Nee, nu nog niet. Pas als ik het zeg. Ja, nu. Ok, prima. Nog eentje te gaan. Draai maar iets naar rechts. Niet te ver. Leg uw linkerarm maar op de beugel. Nu ga ik die arm optillen. Nee mevrouw u moet zelf echt niks doen. Doe uw hoofd nog wat naar achteren. Billen naar achteren duwen. Schouders ontspannen. U trekt ze steeds weer op. Gewoon los laten hangen. Nog een stukje draaien. Nee uw voeten moet u laten staan. Alleen met uw bovenlichaam draaien. Schouders omlaag. Houd uw rechterhand maar even hier. Nog een stukje verder naar achteren. Nee, geen stapje naar achteren doen. Nu moeten we weer opnieuw beginnen. Linkerarm op de beugel. Hoofd naar achteren. Billen naar achteren. Prima. Schouders ontspannen. Nog een stukje draaien. Alleen met uw bovenlichaam. Zo ja, dat is prima. Rechterhand hier houden. Ja zo staat u goed. Even de adem inhouden. U hield de adem niet in. Dan nog maar een keer de adem inhouden. Ja goed zo. Het is helaas nog niet klaar. We moeten er twee opnieuw doen van de onderkant. Rechterarm strekken, indraaien, hoofd naar achteren, schouders omlaag, linkerhand hier, billen naar achteren, schouders ontspannen, adem inhouden, klaar. Linkerarm strekken, indraaien, hoofd naar achteren, schouders omlaag, rechterhand hier, billen naar achteren, schouders ontspannen, adem inhouden, klaar. Viel wel mee, toch? Kleedt u zich maar aan en ga maar in de wachtkamer zitten, eh staan, want het zit vol. Dan komen we zeggen of ze allemaal zijn gelukt… Mevrouw Janssen? Het is gelukt, u kunt gaan. U krijgt de uitslag binnen twee weken met de post.

Zo, daar ben ik weer voor twee jaar vanaf, als het goed is. Leuk is het niet in dé wagen en de platpletter is echt geen pretje. Als er een mannelijk lichaamsdeel tussen zou moeten, dan werd er al lang een andere techniek gebruikt, die minder pijnlijk is. In het AMC staat een minder pijnlijke pletter (voor vrouwen met een plettrauma) en in andere landen zijn ze al heel ver met thermografie wat volkomen pijnloos en stralingsloos is. Maar dat wordt in Nederland niet vergoed. Laat de vrouwen maar afzien. Dat zijn ze gewend van hun bevallingen. Laat ze maar een paar weken met beurse borsten en gekneusde ribben lopen.

En toch mogen we niet klagen in Nederland. Kijk naar Kameroen. Daar worden bij meisjes in de puberteit de borsten verplicht geplet om de seksuele fantasieën van mannen de kop in te drukken. Het pletten gebeurt door verhitte stenen, die op de borsten worden gedrukt, waarna deze heel strak worden ingezwachteld. Als ik volgende keer in de platpletter ga, hou ik dat beeld maar voor ogen. Want dat is niet alleen maar ontzettend pijnlijk, het is barbaars, onmenselijk en totaal onnodig. Mannen…