Inbraak

Vier keer heb ik in mijn leven een inbraak meegemaakt. Het heeft flink wat impact en maakt je boos en bang.

De eerste keer was toen ik nog bij mijn ouders woonde. We lagen in bed en een oom logeerde bij ons. We lagen ’s nachts vanuit onze bedden nog wat met elkaar te kletsen en op een gegeven moment zei mijn oom tegen mijn ouders dat hij beneden geluiden hoorde. Mijn moeder stelde hem gerust. “Het is de wind, want het bovenlicht in de keuken staat open.” De volgende ochtend bleek dat via dit geopende bovenlicht het hele keukenraam geopend was. Alles was overhoop gehaald. Maar ze hadden niks naar hun gading kunnen vinden. Mijn vader was woest. Breken ze in en dan heb je dus niks in huis dat ze willen meenemen. Ik ben de rest van mijn leven bang geweest in dat huis, ook al was het bovenlicht ’s nachts nooit meer open.

De tweede keer hadden de inbrekers meer geluk. Mijn man en ik kwamen thuis van een bruiloft en kregen de voordeur niet open. Raar. Dan maar achterom. Daar konden we heel makkelijk naar binnen. De achterdeur, de tuindeuren en het slaapkamerraam stonden wijd open. Deze keer hadden ze niet veel rommel gemaakt, maar wel veel buit. De tv, de videorecorder (mét de opname van Goede Tijden!!!), het fototoestel, de videocamera, geld, juwelen, een dekbedovertrek (om spullen in te vervoeren), mijn tas van het werk, … Ik was helemaal hysterisch en reageerde nogal heftig. Door al die biertjes wellicht ietsiepietsie heftiger dan ik normaal gedaan zou hebben. Ik vond ook alles vies, vooral omdat ze aan ons beddengoed hadden gezeten. Ze hadden blijkbaar ons slaapkamerraam (ja, op de benedenverdieping) opengebroken en op hun gemak via de tuin van de achterburen ons hele huis leeggeroofd. Mijn ‘juwelen’ en oude munten zijn later teruggevonden in Tüddern. Ik kan me voorstellen dat ze die prullaria niet wilden. We zijn nog weken bang geweest, tot we rolluiken hebben laten plaatsen.

De derde inbraak was op vakantie op Lanzarote. Op camerabeelden is precies te zien hoe ze te werk zijn gegaan. Het is een saaie film. Ze hebben vooral veel gewacht en op de uitkijk gestaan. Daarna is er eentje ons balkon opgeklommen en via de (open!) tuindeuren naar binnen gestapt. Hij heeft geld en papieren meegenomen. Gelukkig hebben we de papieren teruggevonden en het geld teruggekregen van de verzekering. Mijn angst was minder dan de andere inbraken. Wel hebben we de rest van de vakantie een kast tegen de voordeur gezet als we gingen slapen. O ja, en de tuindeuren op slot gedaan en de waardevolle spullen verstopt.

Vorige week weer een inbraak. Ik stond op het punt te gaan werken. Mijn boterhamtrommel (tegenwoordig lunchbox genoemd, maar over verengelsing schrijf ik wel een andere keer) lag op tafel met daarop de telefoon. Ik ging nog even naar boven de was pakken en in die korte tijd moet het gebeurd zijn. Weg telefoon. Paniek. Ook de laptop was weg. Paniek. De deur van het tuinhuisje stond open. Paniek. Daar stond wel alles nog in. Wie wil er ook een oude grasmaaier, bloempotten of een olms skateboard? Ik stoof naar boven om mijn dochter te halen. Ook mijn autosleutel bleek weg en die van haar ook! Paniek. Paniek. Gelukkig stonden de auto’s er wel nog. Toen ik op het punt stond de politie te bellen, volgde een verrassende ontknoping. Het eerste wat ik terugvond was mijn telefoon. Mijn dochter belde hem en ik hoorde een vaag getril uit een kast komen. Ik had hem per ongeluk tegelijk met een schriftje in de kast gelegd, voordat ik de was ging halen. Mijn autosleutel vond ik onder mijn tas die ik in paniek op het aanrecht had gegooid. Die van mijn dochter zat in haar jaszak. Het tuinhuisje was open gewaaid. En de laptop stond bij de bank, want mijn zoon had hem ’s avonds gebruikt. Ik heb nog een uur op het werk nagetrild. Het heeft een flinke impact hoor, zo’n inbraak. Ook als deze niet heeft plaatsgevonden.

Advertenties

Venus vs Mars

Gemiddelde doordeweekse dag van een:

Vrouw Man
Opstaan Opstaan
Gordijnen openmaken Broodtrommel pakken
Tafel dekken
Eten met de kinderen
Boterhammen smeren
Tafel afruimen
Vaatwasser uitruimen
Vaatwasser inruimen
Zitkamer opruimen
Was aanzetten
Prullenbak leegmaken
Werken Werken
Was in de droger
Handbalwas aanzetten
Boodschappen doen
Koken
Tafel dekken
Handbalwas ophangen
Eten Eten
Tafel afruimen Boterhammen smeren
Kookplaat en keukenblad schoonmaken TV kijken
Vogelkooi schoonmaken
Strijken
Bedden verschonen
Vrijwilligerswerk
TV kijken
Handbalwas opvouwen
Naar bed Naar bed

Ge(peper)noten

Wat heb ik weer genoten van de intocht van Sinterklaas in ons dorp afgelopen week. Sinds een paar jaar mag ik daar als Zwarte Piet aan meewerken. Vroeg in de morgen vertrekken we met 16 ‘gewone’ personen naar een zolderkamer waar we onder handen worden genomen door het schmink- en het kleedteam. Pruik op, muts op en klaar is Piet! Als 16 onherkenbare Zwarte Pieten komen we weer terug in ons dorp. We zijn zelfs onherkenbaar voor mensen die ons goed kennen. Eerst gaan we in groepjes van 2-3 op huisbezoek. De kinderen zitten ofwel nietsvermoedend in de kamer of zijn van tevoren ingelicht en hangen al buiten om ons op te wachten. Voor de kinderen (en ouders plus de rest van het aanwezige bezoek als oma’s, opa’s, ooms, tantes, neefjes, nichtjes, buren, vrienden en vage kennissen die allemaal toevallig even langskwamen) is het één groot feest. We luisteren naar ze, kijken naar hun knutselwerkjes en doen samen dansjes. We schuiven aan aan een gedekte tafel en eten ‘pepernotensoep’. We bekijken hun slaapkamers die er erg netjes uitzien in vergelijking met de holen bij ons thuis. We proppen hun handjes (en hun schoenen en je wil niet weten wat in huis allemaal) vol met pepernoten. Af en toe maken we er een zooitje van, zoals alleen Zwarte Piet dat mag. Het is mooi dat we mensen die een moeilijke tijd hebben, even alle zorgen kunnen laten vergeten en voor hun kinderen wat vrolijkheid mogen brengen. Het beetje tijd dat we over hebben in onze strakke planning, gebruiken we voor een bliksembezoek aan een woning met zorgappartementen voor ouderen en een woonlocatie voor mensen met een verstandelijke beperking. Daar woont ons buurmeisje. Zoals verwacht herkent ze me weer niet en laat ze ons, net als vorig jaar, spontaan haar kamer zien. Vrolijk vertrekken we om even een hapje te eten. Alle kinderen die we onderweg tegenkomen, krijgen van ons een high five en een handvol pepernoten. Na het eten kunnen we het dak op! Met Sinterklaas! Onder een stralend novemberzonnetje staan we dansjes te doen, te zwaaien en heten we alle kinderen en grote mensen welkom. Van 14 tot 16 uur is er Pietendisco. Klotsend van het zweet dansen en springen we in het rond. Alle kinderen genieten: zwart, bruin, geel, rood, blank, Syrisch, Chinees, Nederlands, Congolees, Pools, gezond, ziek, verstandelijk beperkt, katholiek, protestant, islamitisch, joods, geloofloos, … ALLE kinderen. Een moeder komt vragen of ik een videoboodschap wil inspreken voor haar zoontje dat ziek thuis is. Na afloop gaat Zwarte Piet nog even langs bij de zieke om hem persoonlijk beterschap te wensen. Op weg naar de auto zie ik kinderen op een schommel zitten. Ik vraag of ik er ook op mag, maar dat mag niet. Ik vraag waarom niet. Even denk ik dat ze zeggen: “Je bent te zwart”. Gelukkig zeggen ze: “Je bent te zwaar”. Dat mogen ze natuurlijk wel gewoon zeggen, als er maar niks over de huidskleur wordt gezegd, want dat is racisme. Ik loop door en spring snel de auto in, naar huis, douchen en met zwartomrande ogen en half zwarte oren terug om de kleding in te leveren. De mensen van de organisatie zorgen ervoor dat die weer op de plaats van bestemming komt. Om 18 uur mogen we aanschuiven voor een buffet. Gezellig nog even nakletsen met zijn allen en vervolgens moe maar voldaan naar huis. Volgend jaar weer? Zeker weten.

Hopelijk gooien de Zielepieten geen ROET in het eten. Zielepieten houden demonstraties en maken ons en alle mensen die van Zwarte Piet houden, uit voor racisten. Ik heb even opgezocht wat racisme precies betekent:
Mensen met racisme hebben een ongegronde en onberedeneerde hekel aan mensen van een ander ras. In het ergste geval slaat ‘een hekel hebben aan’ door tot haat zaaien, discriminatie en het gebruik van geweld.
Of: racisme betekent dat leden van een bepaald ras zich inherent superieur achten aan leden van een ander ras.
Nou Zielepieten, wij zijn het tegenovergestelde van racisten. We zijn voor ALLE kinderen en maken geen onderscheid in rassen. We hebben alleen een hekel aan Zielepieten. Maar dat is geen ongegronde en onberedeneerde hekel en heeft al helemaal niks met huidskleur of ras te maken. Nee die hekel komt doordat de Zielepieten dit geweldige kinderfeest kapot willen maken.

Natuurlijk is het erg als kinderen en volwassenen gepest worden. Als ze worden uitgescholden voor varken, walrus, schele, giraf, zeilboot, kanker-vanallesennogwat, vuurtoren, konijn, jampot, homo, plank, kutmarokkaan, lilliputter, stoplicht, hoer, NSB-er, varken, spleetoog, nazi, Turk, jood, mongool, paard, Limbo, Zwarte Piet, etc. De oplossing is rustig te blijven, pesters te vermijden en het te bespreken met mensen die je kunnen helpen. Maar als je ertegenin gaat, wordt het alleen maar erger. En dat is precies wat met Zwarte Piet gebeurt.

Titels

Kamerlid Zihni Özdil van GroenLinks heeft een sympathiek idee. Hij vindt dat mbo’ers een titel moeten krijgen, zoals Skilled (Sk), Craftsman (Crf) en Expert (Exp), afhankelijk van hun opleidingsniveau. Als dit wordt ingevoerd, zou het verder doorgetrokken kunnen worden. Ik wil hiervoor de volgende titels voorstellen, uiteraard in het Engels in verband met de internationale erkenning:

Kinderen met een strikdiploma krijgen de titel LTS (Lace Tie Specialist).

Kinderen met zwemdiploma A, B en C, krijgen respectievelijk de titel NS (Novice Swimmer), MS (Medium Swimmer) en SM (Swim Master).

Bij het verlaten van de basisschool krijgen ze de titel p.a. (Pre Adolescent).

Uiteraard horen bij de diploma’s van VMBO, HAVO en VWO ook titels, respectievelijk PTA (Practically Trained Adolescent), Bas (Becomes a Student) en PDF (Parents Dream Fulfilled).

Ik vergeet bijna nog de kinderen die zindelijk zijn geworden. Die krijgen de titel TU (Toilet User).

Mocht ik ooit kamerlid worden dan wil ik ook zo sympathiek zijn, net als Zihni. Ik heb mijn eerste voorstel, een titel voor iedereen, al klaarliggen om in te dienen. Ik zou me absoluut niet bezighouden met de echte problemen in Nederland, zoals het vertrouwen in de politiek, discriminatie, veiligheid, onderwijs, zorg, werkdruk, immigranten, armoede, fraude, huizenmarkt, toename van psychische problemen, terrorisme, eenzaamheid, integratie, laaggeletterdheid, milieu, criminaliteit en de waardering van het mbo.

Met vriendelijke groet,

TU LTS SM p.a. PDF B Exp. Liset Janssen

Mien straot

huisadh2
Mijmeringen over vroeger n.a.v. een oproep van Bibliotheek Peel en Maas om een verhaal te schrijven over je eigen straat. Het wordt voorgelezen bij de dagvoorzieningen tijdens de voorleeslunch.

1966. De tijd dat internet nog niet bestond, we twee tv-zenders hadden in zwart/wit, de kosten van de boodschappen in een boekje werden geschreven en we handgeschreven brieven kregen met de post. Ik was 1 jaar en we verhuisden met ons gezin van de Spilstraat naar Achter de Hoven 2 (later 2a) in Maasbree. Het huis staat er nog en de boom die mijn vader heeft geplant is inmiddels een overlastgevende kolos geworden. Het huis was van ‘ons’ tot het 3 jaar geleden werd verkocht aan een jong stel. Ik kom er nog geregeld langs. Ze hebben het prachtig gemoderniseerd, maar mijn herinneringen aan het huis, de straat en de buurt koester ik in mijn hart.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Achter ons, in de Dorpstraat, woonden omi en opi. Opi was koster in Maasbree. In zijn vrije tijd was hij hypnotiseur en goochelaar. Via onze tuin, langs de grote notenboom, door de schuur konden we zo bij hun de keuken binnenstappen. De schuur is afgebrand toen ik een jaar of 10 was. Ik zie het nóg voor me. De vlammenzee, de paniek om de spullen en vooral om de konijnen. Gelukkig zijn de konijnen gered. De spullen niet, inclusief een caravan van mijn oom en tante. Wég was onze speelschuur waar we hutten bouwden en waar mijn vader kippen en konijnen slachtte en prei klaarmaakte in het ‘preihok’. De konijnen overleefden het vuur, maar ontkwamen uiteindelijk niet aan hun lot. Als ze genoeg waren vetgemest, sloeg mijn vader ze met zijn ijzersterke handen achter hun oren en als ze dood waren (hoop ik), hing hij ze op aan hun poezelige pootjes en deed ze ‘de jas’ uit. We moesten altijd opletten dat we niet tegen zo’n kadaver aanbotsten. Er kwamen steeds vanzelf weer nieuwe jonge konijntjes voor mij om mee te spelen.

Tegenover ons was een groot korenveld. Ondanks mijn hooikoorts gingen we er vaak in spelen. Die rode, dikke, betraande ogen had ik er graag voor over. Waar nu parkeerplaats van de sporthal is, was vroeger de tuin van Van de Loo. Daarlangs liep een zandweggetje, dat overging in een hobbelig paadje tussen van Oyen en het huis van de Loo en zo kwam je in de Dorpstraat. Verderop had Achter de Hoven een wegversmalling, daar stonden nog bijna geen huizen. Ook noordwaarts, op de Heideweg, achter Mina van Henkes hield de wereld op.

We speelden altijd buiten. Op straat. Met de buurtkinderen. Potje stamp, stoeprandje, touwtje springen, elastieken, hinkelen met zo’n rond plat redband- of niveablikje gevuld met zand, tikkertje en sneeuwballengevechten. Heel sporadisch kwam er een auto voorbij. We hoefden niet te bellen of te appen om iets af te spreken. We liepen gewoon, al schuumke trekkend met een flesje sôkkerpeak in de hand, naar buiten en kwamen vanzelf wel iemand tegen. Iedereen mocht meedoen. Als het slecht weer was speelde ik met vriendinnetjes in de schuur of in onze kelder.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Hoewel, veilig was het niet altijd… Mijn vriendinnetje en ik hebben een keer iets heel gevaarlijks gedaan. Zij hadden thuis een snoepwinkeltje, Manders Driek, met lekkere schuimblokken (die wij joedevet noemden), eetpapier, zwart/wit (dat wij peper noemden) en van die lekkere rechthoekige blokken die van binnen zacht wit waren en aan de buitenkant omhuld met chocola. Geen idee hoe die dingen heetten. Het is ook totaal niet belangrijk voor dit verhaal. Hemelsbreed woonde ze 200 m van ons vandaan, naast de kerk. We hadden het plan om een communicatiekanaal tussen onze huizen te maken. Daarvoor hadden we een heel lang touw gespannen tussen ons slaapkamerraam Achter de Hoven naar dat van haar in de Dorpstraat. Aan de uiteinden van het touw hadden we een conservenblik vastgemaakt. Je weet wel, gaatje in het blik slaan, touw erdoor, knoop erin en klaar. Zo konden we dan vanuit onze slaapkamers met elkaar praten via onze bliktelefoon. We hadden de constructie bijna klaar toen mijn vader woedend naar boven kwam. Het touw hing op nekhoogte over het zojuist beschreven zandweggetje. Als daar iemand had gefietst was die met zijn nek achter het touw blijven hangen. En dan… Oeps. Dat is de reden dat er tegenwoordig mobieltjes zijn. Die zijn uitgevonden voor de veiligheid van fietsers.

Mijn vader was tuinder en had een stuk land naast het kerkhof. Ik heb goede herinneringen aan Paps en ik, samen op het veld ploeterend en af en toe even pauze om met zandhanden boterhammen te eten. In de struiken voor het kerkhof woorden Pimmie en Renate, 2 kabouters. Mijn vader kon daar prachtig over vertellen. Ik denk dat hun kleinkinderen daar nog steeds wonen. Later is het stuk grond van mijn vader bij het kerkhof getrokken en mijn ouders zijn in 2017 uitgestrooid ergens op mijn vaders vroegere stukje land.

Op de hoek naast ons was de smidse van de familie Simons. En daarachter was bakkerij Trepels. Het ambacht vierde hoogtij.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld.

Schuin achter ons was de kerk, één van de weinige gebouwen in Maasbree die er nog net zo uitzien als in 1966. In de galmgaten zaten altijd vogels. Mijn vader had er hobby aan om af en toe met de windbuks op die vogels te schieten. Op een dag heeft hij het lampje van de 9 kapot geschoten. Psssst, niet verder vertellen hoor. Geen idee of het waar was, maar het was altijd een mooi verhaal op verjaardagen.

Zoals zoveel dingen in Maasbree moest de tuin van van de Loo verdwijnen. Op die plek kwam de parkeerplaats van het Trefcentrum. Dat was voor ons een fijne plek om te ballen, want op straat werd het langzaamaan steeds drukker. Tijdens een balspel heb ik een pees gescheurd in mijn linker ringvinger en sindsdien is die dus krom. Achter het Trefcentrum hebben we met de boomfeestdag met onze klas bomen mogen poten. Voordat die fatsoenlijk tot groei kwamen, moesten ze weer weg. Plaatsmaken voor nóg een parkeerplaats.

Zo werd ons huis steeds meer ingebouwd. Tuin, smidse en korenveld moesten in de loop van de jaren plaats maken voor nieuwbouw. Daarna kwam de hoogbouw en de winkels: De flats aan de Heermoesstraat en de Piet Petersstraat en de Clockenslagh. De garage van mijn vader moest weg, omdat er een straat achterlangs moest komen. Wat heeft hij zich vanaf die tijd tot aan zijn dood geërgerd aan die paeperkeuk van de gemeente. Schadevergoeding heeft hij nooit gekregen.

Als mensen die in ‘mijn vroeger’ zijn overleden nu terug zouden komen in mijn straatje, zouden ze hun ogen niet geloven.

Het was een kleine, overzichtelijke, veilige wereld…

RIB met een P

Goed nieuws! De dividendbelasting kan worden afgeschaft. Ik heb een plan bedacht waarmee we veel geld kunnen besparen in Nederland. Ik kreeg dit idee omdat bij onze bibliotheek mogelijk professionele medewerkers vervangen gaan worden door vrijwilligers. Toen ik 13 jaar geleden de bibliotheek-opleiding ging doen, waren er veel mensen verbaasd. “Huh, is daar een opleiding voor dan?” En bijna dagelijks krijgen we de vraag van onwetenden of het betaald werk is wat we doen. Vanaf januari zou het zomaar kunnen dat we hier “nee” op moeten antwoorden. Gaan mijn loyale, hardwerkende collega’s, waarvan de meeste al 20, 30, 40 jaar of langer bij deze bibliotheek werken, en ik op weg naar het UWV?

Onze nieuwe directeur bestuurder heeft de afgelopen maanden 70 uur per week gewerkt en samen met ons een beleidsplan en reorganisatieplan opgezet, zodat de bibliotheek klaar zou zijn voor de toekomst. Het zou een spannende tijd worden voor mij en mijn collega’s, maar ik zag vooral ook kansen. Helaas worden deze goed uitgewerkte plannen door de gemeentes van tafel geveegd. Er is geen opleiding nodig om te leren dat wethouders de noodzaak van professionaliteit van bibliotheekwerk niet onderkennen. Dit komt denk ik doordat ze, net als zoveel mensen niet precies op de hoogte zijn van wat bibliotheekwerk inhoudt. Ik zou ze graag uitnodigen om eens te komen kijken wat wij precies doen en te komen praten met de medewerkers, want ze moeten hierover wel verregaande beslissingen nemen. Maar is het daar niet al te laat voor? Hadden ze dat niet moeten doen vóórdat ze onze plannen aan de kant schoven? Plannen die zijn opgesteld door mensen die er echt veel verstand van hebben. Het lijkt daarom net alsof eigenbelang belangrijker is dan een professionele bibliotheek waar de gemeenschap zoveel behoefte aan heeft in deze tijd. Het is niet makkelijk om de hand in eigen boezem te steken, daarom wordt die in de boezem van de bibliotheek gestoken. Dat we (vooral complimenten aan onze directeur bestuurder voor zijn tomeloze inzet, maar ook voor al het moois dat de voorgaande directeur heeft opgebouwd) het afgelopen jaar hard gewerkt hebben om fouten recht te zetten en met een mooie organisatie de toekomst in hadden gekund, doet niet ter zake. Het is het goedkoopste om de bibliotheek letterlijk (want veel minder ruimte nodig) en figuurlijk (want met vrijwilligers) in afgeslankte vorm voort te zetten. Want een bibliotheek is niet meer dan een ruimte met boeken, toch? Zo kan de gemeente fijn een paar ton besparen. Óf andere plannen duurder laten uitvallen, plannen die beter zijn voor ego’s dan zoiets simpels als een bibliotheek.

Maar er kan veel meer bespaard worden. We beginnen met álle bibliotheken in Nederland. Alle 6500 medewerkers (waarvan 6000 parttimers) gaan we vervangen door vrijwilligers. Hoppa, 120 miljoen in the pocket.

Daarna zetten we deze trend door naar alle 178.000 gemeenteambtenaren. Gewoon vervangen door vrijwilligers. Zo moeilijk kan dat werk toch niet zijn. Je hoeft geen verstand van zaken te hebben, daar heb ik bewijzen genoeg voor. Toch mooi een besparing van 7 miljard euro. Kijk, zo komen we ergens.

En als we toch bezig zijn. Waarom niet alle 9 miljoen mensen in Nederland met een betaalde baan vervangen door vrijwilligers? Iedereen kan gewoon blijven werken, maar dan als vrijwilliger. Een besparing van 333 miljard.
Bedenk eens wat we allemaal met dat geld kunnen doen. Dan kunnen we die fooi van 2 miljard wel gunnen aan de multinationals toch?

Mam, daar ben je echt te oud voor!

Ik schrijf niet vaak fictieve verhalen. Dit stukje heb ik geschreven voor een schrijfwedstrijd van de Libelle. Helaas niet gewonnen. De opdracht was: schrijf een verhaal van maximaal 600 woorden en het moet beginnen met ‘Mam, daar ben je echt te oud voor”

“Mam, daar ben je echt te oud voor!” Vertwijfeld kijkt Nina haar moeder aan. “Je vel begint al te rimpelen, dat ziet toch niet uit? En wat zullen ze op je werk zeggen?” “Ze zien het niet eens. Hoe vaak heb ik nou een korte broek aan? En trouwens, waar bemoei jij je mee?” Woedend loopt Sophie de kamer uit en smijt de deur achter zich dicht. Bam! Ze start de auto en rijdt plank gas de straat uit. Onderweg slaat de twijfel toe. Heeft Nina misschien toch gelijk? Is ze met haar vijftig jaar te oud voor een tattoo? Nu kan ze nog omkeren en terug naar huis rijden. Was Elise er maar nooit over begonnen. Zij heeft er ook eentje, maar ze is wel negen jaar jonger. “Kom op Soof”, spreekt ze zichzelf toe. “Laat je niet door je puberdochter de wet voorschrijven. Het is jouw lichaam en daarmee mag je doen wat je wil. Punt.” Ze trapt het gaspedaal wat harder in, anders komt ze nog te laat door dat gedoe. Pling! Een appje van Nina. “Lieve mam, sorry dat ik je…” Sophie kijkt op van haar telefoon en ziet tot haar schrik dat ze op de verkeerde weghelft is geraakt. Ze geeft een ruk aan het stuur, waardoor ze de tegenligger net kan ontwijken, maar niet die dikke eik. Een schreeuw. Bam! En dan is alles donker…

Als Nina de politie aan de deur ziet, begint haar hart te kloppen in haar keel. Ze wordt duizelig en het zweet breekt haar uit. De agent vraagt of haar vader thuis is. “Ik heb geen vader meer”, zegt ze met trillende stem. “Ik woon hier alleen met mijn moeder.” Of ze even wil gaan zitten. “Nee, dat wil ik niet. Zeg maar wat er is. Ze is toch niet …? Ze is alles wat ik …” Ze slingert de woorden de kamer in. Met zachte dwang duwt de agent haar naar de bank en ze valt snikkend achterover in de zachte kussens. “Maaaaaam, neeee!” De agent begint met gedempte stem tegen haar te praten. Haar moeder is tegen een boom gereden en is in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. “Ze leeft nog!?” Nina vliegt van de bank af en rent de gang in om haar jas te pakken. “Ik wil nú naar haar toe!” De agent vraagt haar of ze iemand kan bellen om met haar mee te gaan. “Elise”, snikt ze. “Ik vraag haar wel of ze me wil oppikken, ze is de vriendin van mijn moeder.” Met trillende vingers belt ze Elise, maar er komt geen stom woord meer uit haar keel. De politie neemt haar toestel over en vertelt Elise wat er is gebeurd. “Nee, niet Soof! O, mijn God. Ik kom er meteen aan”. Twee tellen later staat haar auto voor de deur en springt Nina erin. De agenten kijken hun meewarig na.

Drie weken later wordt het weer licht… “Ze wordt wakker” hoort Sophie in de verte een bekende stem fluisteren. Ze wil praten maar dat gaat niet door de buis in haar keel. Het lukt haar wel om de ogen te openen. “Mam, oh mam, eindelijk, daar ben je weer. Het komt goed, nu weet ik dat alles goed komt.” Nina geeft haar een knuffel. Achter haar staat Elise met tranen in haar ogen.

Slingers. Een half jaar later. De revalidatie zit erop. De bloedingen in haar hoofd hebben geen blijvende schade aangericht. Al haar organen werken weer. Het lopen lukt inmiddels prima en onder op de prothese prijkt een hartje met de tekst: OMNIS ERRAT.